8-12-2017  

Rapportage Wachttijden GGZ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

P3NL reageert kritisch en opbouwend

De eerste monitor-rapportage van de NZa wordt binnenkort gepubliceerd. P3NL vindt het belangrijk dat de verschillende initiatieven voor de aanpak van de wachttijden goed gemonitord worden. In het overleg over de conceptrapportage van de NZa heeft P3NL nadrukkelijk gepleit voor het krachtiger benutten van wachtlijstbemiddeling omdat dit direct resultaat heeft voor patiënten en zorgverleners. Daarnaast heeft P3NL een uitgebreide reactie ingebracht. De belangrijkste punten zijn:

  • Regionale activiteiten
  • Capaciteit van GGZ-behandelaren
  • Zorgcontractering
  • 18-/18+ problematiek 
  • Samenloop met andere domeinen
  • Transparantie, wachttijden en administratieve belasting
  • Kansen voor e-health 

Deze punten zijn hieronder kort toegelicht. Daarnaast is er nog een reeks punten aangegeven die ook belangrijk zijn voor een verdere aanpak.

Regionale activiteiten

Oorzaken van de wachttijden zijn structureel en hangen veel samen met de complexiteit van het zorgstelsel, de verdeling over verschillende domeinen, en de systematiek van zorginkoop waarbij eenmaal per jaar afspraken tussen verzekeraars en zorgaanbieders plaatsvindt. Het zou naïef zijn te verwachten dat de wachtlijsten in een periode van 5 maanden merkbaar terug zouden lopen, alleen omdat er op landelijk niveau hierover intenties zijn uitgesproken. P3NL onderschrijft dat er regionaal nog flinke stappen gezet moeten worden maar ook landelijk zijn er nog wel stappen te zetten en zal met name de inzet en aanpak van zorgverzekeraars van cruciaal belang zijn om meer ruimte te geven aan aanbieders om concreet te werken aan vermindering van de wachttijden.

Capaciteit van GGZ-behandelaren

T.a.v. de effectieve inzet van beschikbare capaciteit van GGZ-behandelaren (en de uitbreiding daarvan), zien we dat er door zorginkoopbeleid van zorgverzekeraars op diverse fronten weinig tot geen beweging komt. Sterker nog, de ruimte om beschikbare inzet te vergroten, wordt beperkt (denk aan: wel of niet kunnen/mogen werken met mede-behandelaren).

Zorgcontractering

Terecht schetst de NZa dat de wachtlijsten niet eenzijdig door geldgebrek worden veroorzaakt maar de zeer zuinige zorginkoop van verzekeraars met te lage budgetten (bijvoorbeeld door CZ) draagt daar wel substantieel aan bij. 

Door het groeiend aantal verzekeraars dat contracten met omzetplafonds voor gb-GGZ en g-GGZ aanbiedt, en de harde handhaving van deze financiële begrenzing door zorgverzekeraars, dienen aanbieders steeds harder te sturen op het bewaken van het omzetplafond, met alle gevolgen van dien: meer of minder klanten heeft altijd financiële gevolgen voor de langere termijn.  

Ook is er geen ruimte voor groepsaanbod terwijl dit een efficiënter gebruik van GGZ-behandelaren mogelijk maakt.

18-/18+ problematiek 

Voor cliënten in de Jeugdwet die na hun 18e verjaardag in zorg moeten blijven, is doorbehandeling bij dezelfde behandelaar nog één jaar mogelijk. Zorgverzekeraars kunnen meer worden gestimuleerd deze zorg te vergoeden om uitval en wachtlijsten te voorkomen. Contractering van de jeugdhulp is bovendien zeer frustrerend voor aanbieders wat leidt tot afnemende opnamecapaciteit in dit domein met grotere wachtlijsten.

E.e.a. heeft te maken met het feit dat zorgverzekeraars in hun inkoopbeleid er niet voor kiezen om psychologen K&J en orthopedagogen generalisten volgens de overgangsregeling zoals die bij het Kwaliteitsstatuut (KS) is afgesproken, te contracteren, of in ieder geval ruimte hiervoor te geven om als ‘regiebehandelaar’ inzetbaar te zijn. Deze professionals zijn inhoudelijk wel verantwoordelijk voor de zorg tot 18 jaar, maar bij overgang op de 18e verjaardag moeten zij ruimte maken voor een regiebehandelaar met een BIG-registratie zoals die in het KS wordt genoemd.  Hiervoor ruimte bieden zou effectievere inzet van de gz-psychologen en andere KS-regiebehandelaren bewerkstellingen. Overigens zou ook VWS hier aan kunnen bijdragen door het BIG-proces voor orthopedagogen generalisten en K&J-psychologen te versnellen; iets waar P3NL al langere tijd voor pleit.

Samenloop met andere domeinen

Een punt dat hier aan raakt is dat GGZ en voorzieningen in het sociaal domein (Wmo 2015, werk, zinvolle dagbesteding, passende huisvesting, respijtzorg, mantelzorg etc.) in de praktijk 'communicerende vaten' zijn: stagnatie in het ene domein leidt tot overloop in het andere. In de rapportage staat nu alleen dat er een probleem is over wie wat moet bepalenen en dat is wat P3NL betreft maar één aspect van de specifieke problematiek die dit oproept. Anders gezegd: de afbakening van het rapport is niet expliciet Zvw en dus pleit P3NL er voor om bewust een ‘zijsprong’ te maken naar met name de Jeugdwet. De wachtlijsten daar zijn momenteel zeer actueel. NB: in de Wlz en Wmo zijn natuurlijk vergelijkbare problemen, maar die in het jeugddomein ervaren we als het meest urgent. 

Transparantie, wachttijden en administratieve belasting

Inzake meer transparantie van de wachttijden, maar vooral t.a.v. de inzet van behandeltrajecten, stimuleert P3NL de ontwikkeling en implementatie van de nieuwe zorgstandaarden. Gepast gebruikt zal leiden tot effectievere inzet van behandelaren. Behandeling op de juiste plek, door de juiste behandelaar, met de juiste intensiteit op het goede moment.

Echter, dit betekent ook dat het door- en/of terugverwijzen op basis van goede normen mogelijk moet zijn. Dit hangt ook af van de afspraken die met inkopende partijen gemaakt kunnen worden. Niet door- en/of terugverwijzen vanwege inkoopafspraken met zorgverzekeraars is voor niemand acceptabel.

P3NL is voor het vergroten van transparantie en het verplicht publiceren van wachttijden maar een verplichting tot centraal aanleveren bij een landelijk aanleverpunt is ons inziens dermate administratief belastend en kostenopdrijvend dat er gekeken moet worden hoe dit voor met name kleine aanbieders gecompenseerd kan worden.

Kansen voor e-health 

T.a.v. de inzet van e-health, geldt wat ons betreft globaal hetzelfde als voor de inzet van groepsbehandelingen. De financiële prikkel is nu niet goed gericht. Enerzijds kost het systematisch inzetten van e-healthzorg veel energie en investeringskosten die zich anderzijds niet vertalen naar extra inkomsten/vergoeding. En dit is jammer aangezien er inmiddels al vele e-health programma’s zijn die tot evidence-based medicine behoren en die door behandelaren actiever ingezet zouden kunnen worden (shared decision making) en daarmee tot kwalitatief betere behandelingstrajecten zouden kunnen leiden, die ook nog korter zijn en beter kunnen beklijven. Zowel in de NZa-regelgeving als in de zorgcontractering zou hiervoor andere/betere prikkels voor kunnen worden ingebouwd.

Tenslotte

Vanuit P3NL hebben we verder aangegeven dat we ons aansluiten bij de actieplannen die de NZa zelf aangeeft en hebben we nog een reeks van belangrijke aandachtspunten benoemd:

  • De opleidingscapaciteit en onvervulbare vacatures
  • Effectievere en meer laagdrempelige zorgbemiddeling door verzekeraars
  • Inkoop op genoemde doelgroepen (autisme, persoonlijkheidsstoornis, LVB)
  • Integrale domeinoverschrijdende bekostiging
  • Wachtlijstbemiddeling
  • Opbouw van acute GGZ en ambulante GGZ
  • De toenemende takenlast bij vooral de regiebehandelaar
  • De wachtlijstadministratie
  • Zorgaanbieders die nog behandelruimte hebben maar die al aan het maximum van hun verzekerde zorg zijn gekomen