Leesbaarheid:

Psychose-zorg en de PTSS-zorg kunnen en moeten beter!

Concrete afspraken in verbetersignalementen

De psychosezorg en de zorg rond PTSS in Nederland moeten beter. De bij deze zorg betrokken zorgverzekeraars, cliëntenorganisaties, zorginstellingen en professionals en het Zorginstituut Nederland (ZiN) hebben de afspraken hierover vastgelegd in verbetersignalementen voor respectievelijk de psychose en PTSS. Deze publicaties zijn onderdeel van de Zinnige Zorg-aanpak van het Zorginstituut; hierbij werkt het Zorginstituut samen met cliënten en andere partijen om te kijken of de zorg voor een specifieke aandoening patiëntgericht, effectief en gepast is. Over beide onderwerpen zijn rapporten verschenen.

Issues rond psychosezorg

Het rapport over de psychosezorg constateert:

  • Behandeling vindt lang niet altijd plaats conform de richtlijn. Hoewel CGT standaard wordt aanbevolen bij psychose, ontvangt slechts 10 tot 25% van de cliënten een behandeling conform de richtlijn. Het aantal mensen dat de aanbevolen zestien sessies ontvangt is nog lager;
  • Te weinig cliënten krijgen een somatische screening. Slechts 17 procent van de mensen met schizofrenie ontvangt jaarlijks een somatische screening, terwijl dit een belangrijke eerste stap kan zijn in het behandelen van in deze groep veel voorkomende lichamelijke klachten. Het percentage patiënten dat een volledige somatische screening krijgt, ligt vermoedelijk nog lager;
  • Declaratiecijfers geven onvoldoende zicht op de uitvoering van behandelingen uit de richtlijn. Declaratiegegevens zijn niet altijd specifiek genoeg om te onderzoeken welke interventies er in de praktijk plaatsvinden. Dit maakt het lastig om eventuele verbeteringen in de psychosezorg te meten.

Acties

Om de psychosezorg te verbeteren heeft ZiN al een aantal voorstellen gedaan. Zo dient de Multidisciplinaire Richtlijn Schizofrenie te worden herzien en is het van belang om publieks- en cliënten informatie over CGt bij psychose te actualiseren en verspreiden. Dit zorgt ervoor dat cliënten zelf beter voorbereid de spreekkamer in komen. Voor specifiek somatische screening dient de NHG-standaard ‘Cardiovasculair risicomanagement’ mensen met schizofrenie op te nemen als risicogroep.

In de komende periode zal er een plan van aanpak worden opgesteld. In dat plan moet ook aandacht zijn voor de factoren die het aanbieden en daadwerkelijk geven van CGt belemmeren en bevorderen. ZiN ziet daarvoor een belangrijke rol weggelegd voor P3NL. Maar natuurlijk kan ook jij je steentje bijdragen, door het rapport te verspreiden en het erover te hebben. We willen immers allemaal dat cgt voor psychose beter geïmplementeerd wordt.

Wil je het hele rapport lezen? Klik dan hier.

Issues rond PTSS-zorg

  • PTSS wordt niet altijd herkend. Dit betreft naar schatting 18-35% van de mensen die in de GGz wordt behandeld;
  • Behandeling vindt lang niet altijd plaats conform de richtlijn. Op dit moment ontvangt ongeveer slechts 40% procent van de cliënten met PTSS een traumagerichte psychologische behandeling conform de richtlijn;
  • De multidisciplinaire richtlijn is verouderd. De Nederlandse multidisciplinaire richtlijn (MDR) ‘Angststoornissen/PTSS’ beveelt twee eerstekeuzebehandelingen aan: traumagerichte cognitieve gedragstherapie (TF-CGt) en/of eye movement desensitization and reprocessing (EMDR). De recente Engelse NICE-richtlijn beveelt voor PTSS nog andere traumagerichte psychologische interventies aan dan in de huidige Nederlandse richtlijn staan.
  • Er is sprake van overmedicatie. Circa 40% van de cliënten die in de gespecialiseerde ggz worden behandeld voor PTSS krijgt benzodiazepinen voorgeschreven. Benzodiazepinen worden echter niet aanbevolen in de richtlijn ‘PTSS’ en werken mogelijk zelfs contraproductief bij mensen met PTSS. Langdurig gebruik wordt afgeraden, mede vanwege de kans op verslaving;
  • Er vindt onvoldoende terugkoppeling plaats van de GGZ richting huisarts. Wanneer de huisarts iemand verwijst naar de GGZ, ontvangt hij, na goedkeuring van de cliënt, informatie over het behandeltraject. In de Multidisciplinaire Richtlijn staan meerdere momenten genoemd waarop de GGZ een terugkoppeling geeft aan de huisarts over de cliënt. In de praktijk blijkt er niet altijd terugkoppeling plaats te vinden.

Acties

In een eerste aanzet heeft ZiN al een aantal voorstellen gedaan voor verbetering. Zo moeten richtlijnen, zorgstandaarden en cliënteninformatie op onderdelen worden geactualiseerd of aangescherpt. Om PTSS beter te herkennen is het behulpzaam dat ook bestaande, daarmee samenhangende, richtlijnen aandacht besteden aan ingrijpende gebeurtenissen en klachten. Om (langdurig) gebruik van benzodiazepinen te signaleren, moeten mensen met PTSS die in de GGz in behandeling zijn, regelmatig langskomen bij een behandelaar. Betere publieks- en cliënteninformatie over PTSS kan er ten slotte toe bijdragen dat mensen met PTSS hulp zoeken en hun ervaringen en klachten bespreken.

In de komende periode wordt er een plan van aanpak opgesteld. In dat plan moet ook aandacht zijn voor de factoren die het aanbieden en daadwerkelijk geven van PTSS behandeling belemmeren en bevorderen. ZiN ziet daarvoor een belangrijke rol weggelegd voor P3NL. Maar natuurlijk kan ook jij je steentje bijdragen, door het rapport te verspreiden en het erover te hebben. We willen immers allemaal dat PTSS-behandeling beter geïmplementeerd wordt.

Wil je het hele rapport lezen? Klik dan hier.