Leesbaarheid:

Zinnige Zorg PTSS en Psychose

Concrete afspraken in verbetersignalementen

De psychosezorg en de zorg rond PTSS in Nederland moeten beter. De bij deze zorg betrokken zorgverzekeraars, cliëntenorganisaties, zorginstellingen en professionals en het Zorginstituut Nederland (ZiN) hebben de afspraken hierover vastgelegd in verbetersignalementen voor psychose en PTSS. Deze verbetersignalementen zijn onderdeel van de Zinnige Zorg-aanpak van het Zorginstituut; hierbij kijkt het Zorginstituut samen met cliënten en andere partijen of de zorg voor een specifieke aandoening patiëntgericht, effectief en gepast is.

"psychose en PTSS hebben een grote impact op patiënten en hun omgeving. Die patiënten krijgen niet altijd de voorkeursbehandeling zoals beschreven in de richtlijnen. Dat willen we graag verbeteren."

>>> Lees hier het interview met P3NL en de Nederlandse GGZ in Zorginstituut Magazine (april 2021)

 

Issues rond psychosezorg

Het rapport over de psychosezorg constateert:

  • Behandeling vindt lang niet altijd plaats conform de richtlijn. Hoewel cognitieve gedragstherapie (CGT) standaard wordt aanbevolen bij psychose, ontvangt slechts 10 tot 25% van de cliënten een behandeling conform de richtlijn. Het aantal mensen dat de aanbevolen zestien sessies ontvangt is nog lager;
  • Te weinig cliënten krijgen een somatische screening. Slechts 17 procent van de mensen met schizofrenie ontvangt jaarlijks een somatische screening, terwijl dit een belangrijke eerste stap kan zijn in het behandelen van in deze groep veel voorkomende lichamelijke klachten. Het percentage patiënten dat een volledige somatische screening krijgt, ligt vermoedelijk nog lager;
  • Declaratiecijfers geven onvoldoende zicht op de uitvoering van behandelingen uit de richtlijn. Declaratiegegevens zijn niet altijd specifiek genoeg om te onderzoeken welke interventies er in de praktijk plaatsvinden. Dit maakt het lastig om eventuele verbeteringen in de psychosezorg te meten.

Acties

Om de psychosezorg te verbeteren heeft ZiN al een aantal voorstellen gedaan. Zo dient de Multidisciplinaire Richtlijn Schizofrenie te worden herzien en is het van belang om publieks- en cliënten informatie over CGT bij psychose te actualiseren en verspreiden. Dit zorgt ervoor dat cliënten zelf beter voorbereid de spreekkamer in komen. Voor specifiek somatische screening dient de NHG-standaard ‘Cardiovasculair risicomanagement’ mensen met schizofrenie op te nemen als risicogroep.

P3NL en de Nederlandse GGZ hebben met ZiN het initatief genomen om een plan van aanpak te maken voor meer CGT bij psychose. In dit plan zijn de huidige knelpunten verzameld en hebben beroepsverenigingen, verzekeraars, brancheverenigingen en experts de acties verzameld die bijdragen aan meer CGT bij psychose. Deze acties dragen gezamenlijk bij aan het doel: over vijf jaar krijgt minstens 50% van de patiënten met psychose CGT.

Wil je het hele rapport lezen? Klik dan hier.

Issues rond PTSS-zorg

  • PTSS wordt niet altijd herkend. Dit betreft naar schatting 18-35% van de mensen die in de GGz wordt behandeld;
  • Behandeling vindt lang niet altijd plaats conform de richtlijn. Op dit moment ontvangt ongeveer slechts 40% procent van de cliënten met PTSS een traumagerichte psychologische behandeling conform de richtlijn;
  • De multidisciplinaire richtlijn is verouderd. De Nederlandse multidisciplinaire richtlijn (MDR) ‘Angststoornissen/PTSS’ beveelt twee eerstekeuzebehandelingen aan: traumagerichte cognitieve gedragstherapie (TF-CGt) en/of eye movement desensitization and reprocessing (EMDR). De recente Engelse NICE-richtlijn beveelt voor PTSS nog andere traumagerichte psychologische interventies aan dan in de huidige Nederlandse richtlijn staan.
  • Er is sprake van overmedicatie. Circa 40% van de cliënten die in de gespecialiseerde ggz worden behandeld voor PTSS krijgt benzodiazepinen voorgeschreven. Benzodiazepinen worden echter niet aanbevolen in de richtlijn ‘PTSS’ en werken mogelijk zelfs contraproductief bij mensen met PTSS. Langdurig gebruik wordt afgeraden, mede vanwege de kans op verslaving;
  • Er vindt onvoldoende terugkoppeling plaats van de GGZ richting huisarts. Wanneer de huisarts iemand verwijst naar de GGZ, ontvangt hij, na goedkeuring van de cliënt, informatie over het behandeltraject. In de Multidisciplinaire Richtlijn staan meerdere momenten genoemd waarop de GGZ een terugkoppeling geeft aan de huisarts over de cliënt. In de praktijk blijkt er niet altijd terugkoppeling plaats te vinden.

Acties

In een eerste aanzet heeft ZiN al een aantal voorstellen gedaan voor verbetering. Zo moeten richtlijnen, zorgstandaarden en cliënteninformatie op onderdelen worden geactualiseerd of aangescherpt. Om PTSS beter te herkennen is het behulpzaam dat ook bestaande, daarmee samenhangende, richtlijnen aandacht besteden aan ingrijpende gebeurtenissen en klachten. Om (langdurig) gebruik van benzodiazepinen te signaleren, moeten mensen met PTSS die in de GGz in behandeling zijn, regelmatig langskomen bij een behandelaar. Betere publieks- en cliënteninformatie over PTSS kan er ten slotte toe bijdragen dat mensen met PTSS hulp zoeken en hun ervaringen en klachten bespreken.

P3NL en de Nederlandse GGZ hebben met ZiN het initatief genomen om een plan van aanpak te maken voor meer traumagerichte behandeling bij PTSS. In dat plan is aandacht zijn voor de factoren die het aanbieden en daadwerkelijk geven van PTSS behandeling belemmeren en bevorderen.

Wil je het hele rapport lezen? Klik dan hier.